Informatief


 

 

Het orgel in de kerk van Oene dateert uit 1766 en is met die van Hattem en Nijkerk te rekenen tot de oudste van de Veluwe. Oorspronkelijk heeft het gestaan in de Rooms Katholieke kerk aan de Twijnstraat in Utrecht, voor welke kerk het gebouwd werd door Johann Heinrich Hartmann Bätz (1709-1770). Vele orgelliefhebbers zullen dit instrument dadelijk herkend hebben als een Bätz-orgel. Op zeer veel onderdelen valt er een sprekende gelijkenis te bespeuren met andere door dit bekende orgelbouwergeslacht gebouwde pijporgels.

Zo is onder meer het front en de dispositie van het orgel (bouwjaar 1768) in de Hervormde Kerk te Benschop nagenoeg identiek aan dat van Oene.
Op 17 februari 1852 werd het voor een bedrag van duizend gulden aangekocht van de Utrechtse orgelmaker Maarschalkerweerd, die ook zorg droeg voor de overplaatsing naar Oene. Dit moet omstreeks juli 1852 hebben plaatsgevonden.
Bij de restauratie in 1967 ontdekte men namelijk in de grootste frontpijp de volgende inscriptie:

 

De eerste pijp gesteld door J.L. Dalhuisen op 25 juli 1852, geboren te Oene op 27 augustus 1818.

 

Tijdens de kerkdienst ’s morgens van zondag 22 augustus 1852 vond de ingebruikname van het orgel plaats. De toenmalige predikant, Ds. J.F. van Dura, mediteerde bij die gelegenheid over Psalm 89:2a: ”Ik zal de goedertierenheid des HEEREN eeuwiglijk zingen”.De heer J. Dozij uit Elburg bespeelde in die kerkdienst het orgel.

Volgens gegevens uit het kerkelijke archief is in juli 1858 tijdens een hevig onweer de bliksem in de toren geslagen, waardoor ook aanzienlijke schade aan het orgel werd toegebracht.

Door de firma Bernhard Koch te Apeldoorn werd in 1954 een aantal veranderingen aan het orgel aangebracht. Deze waren echter weinig zinvol en sorteerden weinig effect. Wel deed de noodzaak tot een complete restauratie zich meer en meer gevoelen, daar tal van pijpen beschadigd waren en enkele stemmen slecht of nauwelijks functioneerden.

Tot ongeveer 1962 was het mogelijk naast de elektrische windvoorziening ook gebruik te maken van de diensten van de orgeltrapper. Toen een enkele keer tijdens de kerkdienst de stroom uitviel, werd van deze mogelijkheid dan ook dankbaar gebruik gemaakt.

Bij de restauratie van het torenportaal is de trapvoorziening echter geheel verdwenen.
In overleg met de orgeldeskundigen van Monumentenzorg –waaronder Dr. M.A. Vente te Utrecht verstrekte gegevens van een door hem in 1938 ingesteld onderzoek naar de dispositie van het orgel werden in het begin van de jaren zestig plannen opgesteld voor een algehele restauratie, welke in 1967 werd uitgevoerd door Ernst Leeflang te Apeldoorn. Bij deze restauratie ging het er om het orgel weer zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen. Hiertoe was het onder andere nodig het gehavende front te herstellen, beschadigde pijpen te restaureren, nieuw ivoor op de toetsen aan te brengen en de in 1954 aangebrachte wijzigingen weer ongedaan te maken. Verder was het noodzakelijk het gehele binnenwerk van het orgel te demonteren en ieder onderdeel nauwkeurig te onderzoeken en zonodig te vervangen. De totale restauratiekosten bedroeg bijna 45.000 gulden. In dit bedrag werd voor 70% bijgedragen door rijk, provincie en burgerlijke gemeente.

In een speciale kerkdienst op vrijdag 1 september 1967, waarin Psalm 150 in woord en lied centraal stond, werd het gerestaureerde orgel in gebruik genomen.
Voorganger in deze dienst was ds. J.T. Doornenbal.

De toen bekende Doelen-organist Arie J. Keijzer bracht in deze dienst een aantal improvisaties ten gehore, terwijl de samenzang werd begeleid door de beide plaatselijke organisten, Lulof Dalhuisen en Jaap Nap.

De orgelbouwer Leeflang uit Apeldoorn heeft in 1996 de mixtuur opnieuw in de oorspronkelijke staat geïntoneerd en tevens achterstallig onderhoud uitgevoerd.
Tevens is door de gebroeders Reil uit Heerde in 2001 de windvoorziening aangepast door middel van een elektronisch oog zodat de winddruk constant blijft en de grondtonen beter tot zijn recht komen.
Er blijft echter in deze nog een lang gekoesterde wens over om het orgel uit te breiden met een Bourdon 16 voet om zo het orgel meer draagkracht te geven.

De dispositie van het mechanische orgel is:


Klavier(C-d 3):

Prestant8’
Cornet(diskant)
Roerfluit8’
Gemshoorn4’
Octaaf4’
Quint3’
Octaaf2’
Mixtuur
Trompet8’  (bas en diskant)
Ventiel

Pedaal           (C-f): aangehangen 

 

 

Tekst van de week

‘Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om. En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Wees dus niet bevreesd, u gaat veel musjes te boven. Ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. (Matth.10: 29-32)